| 1
| Gij zijt, o HEER', van d' allervroegste jaren |
| Voor ons geweest een toevlucht in gevaren. |
| Eer berg en rots uit niet geboren waren, |
| Eer d' aarde rustt' op hare grondpilaren |
| Van eeuwigheid, o God Die eeuwig leeft, |
| Zijt Gij de God, Die eind noch oorsprong heeft! |
| 2
| Uw oppermacht, die wij ootmoedig eren, |
| Kan door een wenk den mens zijn broosheid leren. |
| Uw wenk alleen, al schijnt ons niets te deren, |
| Verbrijzelt ons, doet ons tot aarde keren! |
| Want in Uw oog zijn duizend jaren, HEER', |
| Een enkle dag, een nachtwaak, en niets meer. |
| 3
| Gij overstroomt het mensdom; zijn vermogen |
| Is, als een slaap, een ijdle droom, vervlogen. |
| Zij zijn als 't gras, dat 's morgens, overtogen |
| Met frissen dauw, in bloei staat voor elks ogen. |
| Maar 's avonds, als het afgesneden wordt, |
| Op 't open veld in weinig tijds verdort. |
| 4
| Door Uwen toorn vergaat ons kwijnend leven; |
| Uw gramschap doet ons hart van doodschrik beven, |
| O God, als Gij, in majesteit verheven, |
| Het onrecht, dat w' in 't openbaar bedreven, |
| En 't kwaad, door ons in 't heimelijk verricht, |
| In 't licht stelt voor Uw glansrijk aangezicht. |
| 6
| Helaas, het best van onze beste dagen |
| Baart dikwijls smart, geeft dikwijls stof tot klagen; |
| Daar zorg, verdriet en jammerlijke plagen |
| Steeds, beurt om beurt, de matte ziel doorknagen. |
| De levensdraad wordt schielijk afgesneen; |
| Wij schenen sterk, en ach, wij vliegen heen. |
| 8
| Uw gunst sterkt meer dan d' uitgezochtste spijzen. |
| Laat, met het licht, haar licht voor ons verrijzen; |
| Zo zal ons hart op liefelijke wijzen, |
| Uw goedheid, al ons ovrig leven, prijzen. |
| Verblijd ons naar de maat van onzen druk, |
| En naar den tijd van al ons ongeluk. |
| 9
| Laat Uw gena ons met haar troost verrijken, |
| En laat Uw werk aan Uwe knechten blijken, |
| Uw heerlijkheid niet van hun kindren wijken; |
| Uw liefd', Uw macht behoed' ons voor bezwijken. |
| Sterk onze hand, en zegen onze vlijt; |
| Bekroon ons werk, en nu, en t' allen tijd'. |