| 4
| Verhef, o God, verhef U hemelhoog, |
| Uw ere straal' op aard' in ieders oog. |
| Zij, die een net bereidden voor mijn gangen, |
| Zijn zelf, terwijl mijn ziel zich nederboog, |
| In enen kuil, voor mij bereid, gevangen. |
| 5
| Uw hand, o God, heeft veilig mij geleid. |
| Ik ben gered; nu is mijn hart bereid, |
| Het is bereid, om U, mijn God, te loven. |
| Nu wordt Uw Naam door mij met vreugd verbreid, |
| Mijn psalmgezang klimm' tot Uw roem, naar boven. |