Gezang 12


1   Looft God gij Christ'nen, maakt Hem groot
op zijne hoogste troon,
die nu zijn rijk voor ons ontsloot
en schonk ons zijne Zoon,
en schonk ons zijne Zoon.

2   Hij daalt uit 's Vaders schoot terneer
op aard', om kind te zijn,
een kindje arm en naakt en teer,
al in een kribje klein,
al in een kribje klein.

3   Verzakende zijn macht en recht
verkoos Hij zich een stal,
neemt de gestalt' aan van een knecht,
de Schepper van het al,
de Schepper van het al.

4   En nu ontsluit Hij weer de poort
van 't schone paradijs;
geen cherub die de toegang stoort:
God zij lof, eer en prijs,
God zij lof, eer en prijs.

Oude Hervormde Bundel (1938)