uit 1938 (306 liederen)
Advent
Gez. 1 - Hoe zal ik u ontvangen,
Gez. 2 - Daar komt een schip geladen
Gez. 3 - Heft op uw hoofden, poorten wijd!
Gez. 4 - Op, op, die 't rijk bewonen,
Gez. 5 - Verhoogd zij 't dal, de berg geslecht,
Gez. 6 - Bereidt, bereidt uw harten,
Gez. 7 - Op U, mijn Heiland, blijf ik hopen.
Gez. 8 - Nu daagt het in het oosten,
Gez. 9 - Mijn ziel verheft de Heer,
Kerstfeest
Gez. 10 - Daar is uit 's werelds duist're wolken
Gez. 11 - "Uit hogen hemel kom ik aan,
Gez. 12 - Looft God gij Christ'nen, maakt Hem groot
Gez. 13 - Christus is verschenen
Gez. 14 - Nu zijt wellekome,
Gez. 15 - Komt, verwondert u hier, mensen,
Gez. 16 - O, Bethlehem, hoe blinkt g' in eer
Gez. 17 - Een roze, fris ontloken,
Gez. 18 - Komt allen te zamen,
Gez. 19 - De Christenschare, blij van geest,
Gez. 20 - O Kerstnacht, schoner dan de dagen!
Gez. 21 - Ik kniel aan uwe kribbe neer,
Gez. 22 - Komt en laat ons Christus eren,
Gez. 23 - Heiland, Christus, aller Heer,
Gez. 24 - Dit is de dag, die God ons schenkt,
Gez. 25 - Hoor, de eng'len zingen d' eer
Gez. 26 - Halleluja, looft den Heer!
Gez. 27 - Daar is die zegenrijke nacht,
Gez. 28 - Kom Christenschaar, komt, knielen wij
Gez. 29 - Heft aan, heft aan een luiden zang,
Gez. 30 - D' aarde was in nacht verzonken,
Gez. 31 - Nu laat Gij, Heer, uw dienstknecht gaan
Lijdenstijd en Goede Vrijdag
Gez. 32 - O hoofd, bedekt met wonden,
Gez. 33 - Ontsluit, o Heer, ontvlam ons hart
Gez. 34 - Leer mij, o Heer, uw lijden recht betrachten,
Gez. 35 - Wie heeft op aard de prediking gehoord,
Gez. 36 - Des Konings vanen rukken voort
Gez. 37 - Christus, heilig Godslam,
Gez. 38 - Lam Gods, dat men onschuldig
Gez. 39 - Lam Gods, dat zo onschuldig,
Gez. 40 - O Lam van God, gehoond, bespot,
Gez. 41 - Het Lam, voor ons op aard' geslacht,
Gez. 42 - Noem d' overtreding mij, die Gij begaan hebt,
Gez. 43 - Is dat, is dat mijn Koning,
Gez. 44 - Met de tranen in haar ogen
Gez. 45 - Mijn Verlosser hangt aan 't kruis,
Gez. 46 - Als ik in gedachten sta
Gez. 47 - Aan des Heren kruis te denken,
Gez. 48 - Als ik het wond're kruis aanschouw,
Gez. 49 - Jezus, leven van mijn leven,
Gez. 50 - Diep, o God, in 't stof gebogen,
Gez. 51 - Middelpunt van ons verlangen,
Gez. 52 - Komt, knielen wij voor Jezus samen
Paschen
Gez. 53 - Wees gegroet, gij eersteling der dagen,
Gez. 54 - De dageraad met rode glans
Gez. 55 - Halleluja, Halleluja, Halleluja!
Gez. 56 - Natuur verrijst ten leven weer,
Gez. 57 - Christus is opgestanden
Gez. 58 - Halleluja, de blijde toon,
Gez. 59 - Verschenen is de zaal'ge dag,
Gez. 60 - Bij 't krieken van de dageraad
Gez. 61 - Christus, onze Heer, verrees,
Gez. 62 - Jezus leeft, en wij met Hem:
Gez. 63 - Komt, heffen wij een lofzang aan:
Gez. 64 - Ik zeg het allen, dat Hij leeft,
Gez. 65 - Ja, amen, Jezus is in 't leven!
Gez. 66 - Zingt nu verheugd, terecht moogt g' u verblijden,
Gez. 67 - Heft, Christ'nen, heft uw lofzang aan,
Hemelvaart
Gez. 68 - Looft de Koning, alle volken!
Gez. 69 - Komt, Christ'nen, laat ons Jezus loven,
Gez. 70 - Verheft u, Christ'nen, boven 't stof,
Gez. 71 - Zingt, zingt blij te moe
Gez. 72 - De dag der kroning is gekomen,
Gez. 73 - Wij knielen voor uw zetel neer,
Gez. 74 - Gij Jezus, die ten troon verheven,
Gez. 75 - 't Oog omhoog, het hart naar boven,
Pinksteren
Gez. 76 - Geest des Heren, kom van boven!
Gez. 77 - Heil'ge Geest, daal tot ons neer,
Gez. 78 - Daal Schepper, Heil'ge Geest, daal af!
Gez. 79 - Wij bidden U, o Heil'ge Geest,
Gez. 80 - O Heilige Geest, o heilige God,
Gez. 81 - Bron der hoogste zaligheden,
Gez. 82 - De Heer is waarlijk opgestaan
Gez. 83 - Komt allen, deze dag
Gez. 84 - Gezalfde Heer en Koning,
Gez. 85 - Uw dankb're Christenschaar,
Gez. 86 - Verhef, verhef uw gezangen,
Gez. 87 - Ruis, o Godsstroom der genade
Drieeenheid
Gez. 88 - Ere zij de Vader en de Zoon en de
Gez. 89 - Halleluja, lof zij de Heer!
Gez. 90 - De hoge God alleen zij eer,
Gez. 91 - God in de hoog' alleen zij eer
Gez. 92 - Heilig, heilig, heilig
Gez. 93 - Ere zij aan God, de Vader,
Gez. 94 - Halleluja, eeuwig dank en ere,
Gez. 95 - De genade van onze Heer Jezus Christus,
Kerk en Koninkrijk Gods
Gez. 96 - Een vaste burg is onze God,
Gez. 97 - Een vaste burcht is onze God,
Gez. 98 - "Op, waakt op!" zo klinkt het luide.
Gez. 99 - Here, kere van ons af
Gez. 100 - Wees niet vervaard, gij kleine stoet,
Gez. 101 - Houdt Christus zijne Kerk in stand,
Gez. 102 - Slaat d' ogen naar 't gebergte henen,
Gez. 103 - Behoed uw Kerk, zet uit, o God, haar palen,
Gez. 104 - Wachter op de heil'ge muren,
Gez. 105 - Heft aan, verheugt u, Christ'nen, samen,
Gez. 106 - Een stem weerklinkt er schoon en luid,
Gez. 107 - Zingt, gij afgelegen landen,
Gez. 108 - Gord u aan! Gord u aan!
Gez. 109 - "Waterstromen wil Ik gieten,"
Gez. 110 - Straks groeten w' onze moederstranden
Gez. 111 - De dorre vlakte der woestijnen
Gez. 112 - Een naam is onze hope,
Gez. 113 - Heugelijke tijding,
Gez. 114 - Goedertieren is de Heer,
Gez. 115 - Laat komen, God, uw rijk,
Gez. 116 - Door de nacht van strijd en zorgen
Gez. 117 - Staat op en strijdt de goede strijd,
Gez. 118 - Het leven is: een krijgsbanier,
Gez. 119 - Gordt u aan! Gordt u aan!
Gez. 120 - O God en Heer, in 't glorielicht
Gez. 121 - God roept ons, broeders, tot de daad,
Gez. 122 - Voor alle heil'gen, rustend na hun werk,
Gez. 123 - O Jezus, dat ik nooit vergeet,
Gez. 124 - Dag des toorns, o dag des Heren,
Gez. 125 - Jeruzalem, gij schone stad,
Gez. 126 - Guldene hemelstad,
Gez. 127 - Jeruzalem, o stad, zo hoog gebouwd,
Gez. 128 - Morgenglans der eeuwigheid,
Gez. 129 - Van glans omschenen,
Gez. 130 - God is getrouw, zijn plannen falen niet,
Gez. 131 - Wegen Gods, hoe duister zijt gij,
Aanbidding
Gez. 132 - Wij loven U, o God, wij prijzen uwe
naam;
Gez. 133 - Wie is het, die zo hooggezeten,
Gez. 134 - De Heer is God, een enig Heer,
Gez. 135 - Dankt, dankt nu allen God
Gez. 136 - Lof zij de Heer, de almachtige Koning der
ere!
Gez. 137 - Heilig, heerlijk Opperwezen,
Gez. 138 - De Heer is God en niemand meer:
Gez. 139 - God is mijn lied,
Gez. 140 - Hoe blinkt uw majesteit alom
Gez. 141 - Wij loven U, o grote God,
Gez. 142 - O God, eer 't aardrijk was gegrond,
Gez. 143 - Op bergen en in dalen
Gez. 144 - Waar zijn de wijzen, die mij zeggen
Gez. 145 - De Heer in zijne troon, zeer schoon,
Gez. 146 - Komt nu met zang van zoete tonen
Gez. 147 - Prijs, mijn ziel, de Hemelkoning,
Gez. 148 - Van U zijn alle dingen,
Gez. 149 - Grote God, wij loven U,
Gez. 150 - Alle volken, looft de Here,
Gez. 151 - Wie zijt Gij, eeuwig onvolprezen,
Gez. 152 - Wijsheid en goedheid, o God van gena, zijn
uw wegen!
Verootmoediging
Gez. 153 - God enkel licht,
Gez. 154 - Ik wil mij gaan vertroosten
Gez. 155 - Ik heb gejaagd wel jaren lang,
Gez. 156 - O God, die de gedachten
Gez. 157 - Heilig' God, voor wie slechts waarheid,
Gez. 158 - Ik nader voor uw heilig' ogen
Gez. 159 - Vader, vol van mededogen,
Gez. 160 - Waartoe toch al dat angstig schromen?
Gez. 161 - O grote God, die 't aller tijd
Gez. 162 - Ach, blijf met uw genade,
Gez. 163 - Heer, mijn hart is boos en schuldig,
Gez. 164 - Schep in mij, o God, een rein harte,
Gez. 165 - Ontwaak, gij die slaapt en sta op uit de
doon,
Verlossing
Gez. 166 - Halleluja, lofgezongen
Gez. 167 - Jezus' zoete gedachtenis
Gez. 168 - Jezus neemt de zondaars aan!
Gez. 169 - Liefde, boven alle liefde,
Gez. 170 - 'k heb Jezus lief! Hij is mijn licht en
kracht,
Gez. 171 - Verlosser, Vriend, Gij hoop en lust
Gez. 172 - O Jezusnaam, geen sterv'ling heeft
Gez. 173 - Alle roem is uitgesloten,
Gez. 174 - Vaste rots van mijn behoud,
Gez. 175 - Jezus Christus, heil der aarde,
Gez. 176 - Hoe zalig, Vader, is ons lot,
Gez. 177 - O hoogt' en diepte, looft nu God,
Gez. 178 - Wat zou ooit mijn hart vervaren?
Gemeenschap met God
Gez. 179 - Rust mijn ziel, uw God is Koning,
Gez. 180 - Beveel gerust uw wegen,
Gez. 181 - O goedheid Gods, nooit recht geprezen!
Gez. 182 - d' Almachtig' is mijn Herder en Geleide,
Gez. 183 - Mijn goede Herder is de Heer!
Gez. 184 - De Heer is mijn herder!
Gez. 185 - God heeft ons zijn woord gegeven
Gez. 186 - Wat God doet, dat is welgedaan,
Gez. 187 - O Gij, die waarheid zijt, Gij doel van
gans mijn wezen,
Gez. 188 - In eeuwig schrift op berg en rots
Gez. 189 - Eind'loos houdt Gods liefde stand!
Gez. 190 - Welk een liefde, vol van leven,
Gez. 191 - Heer, tot wie zou ik mij wenden,
Gez. 192 - Wat God wil, dat geschied' altijd
Gez. 193 - U zij altijd
Gez. 194 - Wie maar de goede God laat zorgen
Gez. 195 - Steeds geslingerd en bewogen,
Gez. 196 - Ons hart verheugt zich, dat bij God
Gez. 197 - Leer ons, Vader, U verbeiden,
Gez. 198 - Ja, amen, Vader, ja,
Gez. 199 - Hoe groot, o Heer, en hoe vervaarlijk
Gez. 200 - Is de nood zo hoog gerezen,
Gez. 201 - Als God, mijn God, maar voor mij is,
Gez. 202 - Wat vlied of bezwijk', getrouw is mijn
God,
Gez. 203 - O eeuw'ge Vader, sterk in macht,
Gez. 204 - Door uwe donk're sluier heen
Gez. 205 - Zalig, zalig, niets te wezen
Gez. 206 - Mij naar alles stil te voegen,
Gez. 207 - Gij hebt, o albestierend Koning,
Gez. 208 - Ik geloof in God de Vader,
Gez. 209 - Zalig zijn de armen van geest,
Gez. 210 - Zalig zijn de geest'lijk armen,
Gez. 211 - Waak, Christen, waak, blijf in 't geloof,
Gez. 212 - O grote God, o goede Heer,
Gez. 213 - Ik heb U lief, mijn Heer en God,
Gez. 214 - Ach, blijf met uw genade,
Gez. 215 - Laat ons saam met Jezus wand'len,
Gez. 216 - Heil'ge Jezus, mij ten leven,
Gez. 217 - Komt, laat ons voortgaan, kind'ren,
Gez. 218 - Ik wil U minnen, mijne sterkte,
Gez. 219 - Waarom zou mij kommer drukken?
Gez. 220 - Jezus, Gij zijt de weg tot God,
Gez. 221 - Schoonste Heer Jezus,
Gez. 222 - Jezus, ga ons voor
Gez. 223 - Als ik Hem maar kenne,
Gez. 224 - Wat ware zonder U het leven,
Gez. 225 - O Heiland, trouwe Heer, moog' onze tong
U prijzen,
Gez. 226 - Vorm tot uw dienst ons hart, o heilig God,
Gez. 227 - Meester, men zoekt U wijd en zijd,
Gez. 228 - Neem mijn leven, laat het, Heer,
Gez. 229 - Laat m' in U blijven, groeien, bloeien,
Gez. 230 - Leid, vriend'lijk Licht, mij als een trouwe
wacht,
Gez. 231 - Aan de deur van 's harten woning
Gez. 232 - Neem, Heer, mijn beide handen
Gez. 233 - Die mijns harten vrede zijt
Eeuwig Leven
Gez. 234 - Jezus is mijn toeverlaat,
Gez. 235 - 't Dorstend hart smacht naar de bronwel,
Gez. 236 - Midden in het leven zijn wij
Gez. 237 - U heb ik lief, U roep ik aan!
Gez. 238 - Alle mensen moeten sterven,
Gez. 239 - Mijn God, ik weet wel, dat 'k zal sterven,
Gez. 240 - Gelijk als de witte zwanen
Gez. 241 - Hoe zacht zien wij de vromen
Gez. 242 - Zalig, die in Christus sterven,
Gez. 243 - Zou mij dood en graf doen beven?
Gez. 244 - Gelijk een landman, moe van 't ploegen,
Doop
Gez. 245 - God en Vader, neem dit kroost
Gez. 246 - Zie op ons neer naar uw barmhartigheid,
Gez. 247 - Wij danken U, barmhartig God en Vader,
Gez. 248 - Verheerlijkt Hoofd,
Avondmaal
Gez. 249 - Heiland, laat ons waardig komen,
Gez. 250 - U, verborgen Christus, bid 'k eerbiedig
aan:
Gez. 251 - Hoe blinkt g', o morgenster, zo schoon,
Gez. 252 - Broeders, komt, de Heiland noodt!
Gez. 253 - Verhoogde Heiland, trek ons hart
Gez. 254 - Wijk thans, o wereld, uit mijn oog
Gez. 255 - Laat ons, Heer, uw dood gedenken,
Gez. 256 - 'k Heb aan 's Heilands dis gezeten,
Bevestiging van Lidmaten
Gez. 257 - Zie ons te zaam uw naam belijden,
Gez. 258 - Wij naderen tot ene troon,
Gez. 259 - Schaart u om de goede Herder,
Gez. 260 - 't Is Christus, die zijn Kerk behoedt
Gez. 261 - Ene kudde zal 't eens zijn,
Huwelijk en gezin
Gez. 262 - Waar werd oprechter trouw
Gez. 263 - U zeeg'ne God,
Gez. 264 - Welzalig 't huis, o Heiland onzer zielen,
Zondag
Gez. 265 - God is tegenwoordig; God is in ons midden,
Gez. 266 - Here Jezus, zie ons saam
Gez. 267 - Sla, o God vol mededogen,
Gez. 268 - Dat w' U deez' dag, o Jezus, wijden,
Gez. 269 - O Vader, dat uw vriend'lijk oog
Gez. 270 - Roemt 's Vaders welbehagen
Kerkinwijding
Gez. 271 - God des vredes, heil en vrede
Gez. 272 - d' Allerhoogste zij geprezen,
Gez. 273 - Onz' eerste toon vermeld' uw eer,
Gez. 274 - Mijn eerst gevoel zij dankbaarheid,
Morgen, middag, avond
Gez. 275 - De haan, de bode van de dag,
Gez. 276 - In 't oosten klaar laat blozen
Gez. 277 - Ontwaak, o mens, de dag breekt aan,
Gez. 278 - Gezegend is de middagtijd,
Gez. 279 - De nacht, de moeder van de rust,
Gez. 280 - 'k Wil U, o God, mijn dank betalen,
Gez. 281 - De dag, door uwe gunst ontvangen,
Gez. 282 - Blijf bij mij, Heer, want d' avond is nabij.
Gez. 283 - Met avonds late schemerschijn
Gez. 284 - Laat heel de wereld zinken
Oud- en nieuwjaar
Gez. 292 - Uren, dagen, maanden, jaren,
Gez. 293 - O God, die droeg ons voorgeslacht
Gez. 294 - Een jaar zinkt in der tijden nacht.
Gez. 295 - Komt, laat ons samen nederknielen
Gez. 296 - 't Jaar heeft haast zijn loop volbracht,
Gez. 297 - Halleluja, prijst de Onbegonnen,
Gez. 298 - "De lendenen omgord en brandende de lampen!"
Gez. 299 - Vader, U zij toegewijd
Gez. 300 - Wat de toekomst brengen moge,