(1566; Petrus Dathenus (1531-1588) Vlaams calvinistisch prediker, bekend door deze populaire Psalmberijming. Hij was, tot een conflict in 1578, raadsman van Willem van Oranje voor kerkelijke zaken.)
Ps. 1 - Die niet en gaat in der godlozen raad,
Ps. 2 - Waarom raast dat volk met zulken hoogmoed?
Ps. 3 - Hoe veel is des volks, Heer,
Ps. 4 - Als ik U bid, open Uw oren,
Ps. 5 - Verhoor, o God, mijn woorden klachtig,
Ps. 6 - Wil mij niet straffen, Heere,
Ps. 7 - Op U hoop ik, Heer, t' alle tijden;
Ps. 8 - O onze God en Heer zeer hoog geprezen,
Ps. 9 - Heer, ik wil U uit 's harten grond
Ps. 10 - Hoe komt 't dat Gij, Heer, wijkt van ons zo wijd?
Ps. 11 - Ik betrouw op God met harte zeer reine;
Ps. 12 - Doe ons bijstand, 't is meer dan tijd, o Heere!
Ps. 13 - Hoe lang hebt Gij besloten, Heer,
Ps. 14 - De dwaas die spreekt in zijn harte zeer kwaad:
Ps. 15 - Wie is 't, die zal wonen eenpaar
Ps. 16 - Bewaar mij, Heer, wees toch mijn toeverlaat;
Ps. 17 - Aanzie, Heer, 't recht van Uwen knecht,
Ps. 18 - Mijn hope staat alleen op God geprezen,
Ps. 19 - De hemelen zeer klaar
Ps. 20 - God verhoor' uw gebed dat gij doet,
Ps. 21 - De koning zal zeer zijn verheugd,
Ps. 22 - Waarom verlaat Gij Mij, Mijn God, Mijn Heer?
Ps. 23 - Mijn God voedt mij als mijn Herder geprezen;
Ps. 24 - De aard is onzes God voorwaar,
Ps. 25 - Mijn hart hef ik tot U, Heere!
Ps. 26 - Bewaar, o Heer, mijn recht;
Ps. 27 - God is mijn licht, 't welk mij leidt in Zijn wegen,
Ps. 28 - O Heer! Gij zijt mijn sterkte machtig,
Ps. 29 - Gij prinsen, en gij heren,
Ps. 30 - Nadat Gij, Heer, mij hebt bevrijd,
Ps. 31 - Ik stel op U vast mijn betrouwen;
Ps. 32 - Wel hem, die zijn misdaad, die hij bedreven
Ps. 33 - Weest nu verheugd, al gij oprechten,
Ps. 34 - Ik wil, zijnde verblijd,
Ps. 35 - Twist, Heer, met mijn twisters vol pracht,
Ps. 36 - Des boosdoeners wille zeer kwaad
Ps. 37 - Kwelt u daarmee niet, zo gij in dit leven
Ps. 38 - Wil in Uwen toorn gestadig,
Ps. 39 - Ik sprak: Ik woude (zijnde welbedacht)
Ps. 40 - Nadat ik langen tijd hebbe verwacht
Ps. 41 - Wel hem, die recht oordeelt van dat kruis groot
Ps. 42 - Als een hert gejaagd, o Heere,
Ps. 43 - Neem mijn zaak aan, wreek mij, o Heere,
Ps. 44 - Heer, Uw wonderwerken verkoren
Ps. 45 - Mijn hart wil nu een zeer schoon lied voortbringen;
Ps. 46 - Als ons de nood overvalt krachtig,
Ps. 47 - Alle volk gemein
Ps. 48 - In de heilige stad voorwaar,
Ps. 49 - Gij, mensen al, hoort en wilt toch verstaan,
Ps. 50 - God, Die der goden Heer is, spreken zal,
Ps. 51 - Ontferm U over mij, arme zondaar,
Ps. 52 - Zeg gij, tiran, waarop gij bouwet
Ps. 53 - De dwaas die spreekt in zijn harte zeer kwaad:
Ps. 54 - Och, Heer almachtig, help toch mij,
Ps. 55 - O Heer, wil mijn gebed verhoren,
Ps. 56 - Ontferm U mijns, die nu benauwd ben zeer;
Ps. 57 - Ontferm U, Heer, ontferm U over mij;
Ps. 58 - Gij, raadsheren, laat mij toch horen,
Ps. 59 - O Heer, ik ben van mijn vijanden
Ps. 60 - Heer, Die ons hebt verstoten al,
Ps. 61 - Als ik roep, versta mijn reden,
Ps. 62 - Hoezeer dat mijn ziel is gekweld,
Ps. 63 - O God! geen God heb ik dan U;
Ps. 64 - Als ik roep, Heer, hoor mijn stem klachtig,
Ps. 65 - Men looft U, Heer, met stemmen reine
Ps. 66 - Zingt den Heer in den gansen lande,
Ps. 67 - Onze God zij ons nu genadig
Ps. 68 - Sta op, Heer, toon U onversaagd,
Ps. 69 - Ik bid U, help mij, o God goedertier!
Ps. 70 - O God, op Wien mijn hope staat,
Ps. 71 - Mijn hoop stel ik op U gestadig;
Ps. 72 - Wil toch Uw gericht overgeven
Ps. 73 - God is nochtans troostlijk en zoet
Ps. 74 - Hoe komt 't, dat Gij ons verstrooit, o God mijn?
Ps. 75 - Wij danken U, God en Heer,
Ps. 76 - God is in Judea zeer wel
Ps. 77 - Ik heb mijn stem opgeheven
Ps. 78 - O mijn volk, wil mijn lering nu aanhoren,
Ps. 79 - De heid'nen zijn in Uw erfdeel gevallen;
Ps. 80 - Gij, Herder Israëls, wil horen,
Ps. 81 - Zingt den Heere blij,
Ps. 82 - God is in de vierschaar gezeten
Ps. 83 - Wil toch niet langer zwijgen, Heer,
Ps. 84 - Hoe lieflijk, o Heer, en hoe rein
Ps. 85 - Gij zijt, Heer, met Uw volk nu tevreden,
Ps. 86 - O Heer, open mij Uw oren,
Ps. 87 - God heeft Zijn huis vast gegrondet met vrede,
Ps. 88 - Heer, Die mij dus lang hebt behoed,
Ps. 89 - Van des Heeren goedheid zal ik zingen altijd,
Ps. 90 - Gij zijt geweest ons toevlucht, Heer genadig,
Ps. 91 - Die in Godes bewaring sterk
Ps. 92 - Het zijn heerlijke dingen,
Ps. 93 - God regeert, zijnde met ere bekleed,
Ps. 94 - O God, Gij, Die een God zijt der wraken,
Ps. 95 - Komt, laat ons blij zijn in den Heer,
Ps. 96 - Zingt een nieuw lied den Heer geprezen,
Ps. 97 - Een Koning is de Heer,
Ps. 98 - Wilt onzen God een nieuw lied zingen,
Ps. 99 - Onze God Die is
Ps. 100 - Gij, volkeren des aardrijks al,
Ps. 101 - Van Gods goedheid en oordeel wil ik zingen;
Ps. 102 - Wil mijn gebed, Heer, verhoren,
Ps. 103 - Mijn ziele, wil den Heer met lofzang prijzen;
Ps. 104 - Welaan, mijn ziel, gij moet God prijzen zeer;
Ps. 105 - Een ieder moet tot deze tijden
Ps. 106 - Dankt God, want Hij is vriendelijk,
Ps. 107 - Wilt God lof en eer geven,
Ps. 108 - Mijn hart is, o Heer, recht bereid,
Ps. 109 - O Heer, mijn roem en eer geprezen,
Ps. 110 - De Heer heeft gesproken tot mijnen Heere:
Ps. 111 - Den lof en prijs gans overal
Ps. 112 - Wel hem, die altijd is begeven
Ps. 113 - Gij, kind'ren die den Heer dient vrij,
Ps. 114 - Toen Israël Egypteland verliet,
Ps. 115 - Niet ons, niet ons, maar U behoort, o Heer,
Ps. 116 - Ik heb den Heer lief, want Hij heeft verhoord
Ps. 117 - Gij, heidenen, looft saam den Heer;
Ps. 118 - Danket den Heer zeer hoog geprezen,
Ps. 119 - Gelukzalig is de mense die leeft
Ps. 120 - Als ik met zwaar kruis ben beladen,
Ps. 121 - Tot de bergen hef ik op mijn
Ps. 122 - Zo haast als ik hore spreken:
Ps. 123 - Tot U, Heer, mijn ogen hef ik altijd,
Ps. 124 - Men mag nu wel zeggen in Israël:
Ps. 125 - Die op den Heere vast betrouwen,
Ps. 126 - Als God Sions gevang'nen al
Ps. 127 - Zo God niet Zelf dat huis oprecht,
Ps. 128 - Zalig is hij bevonden,
Ps. 129 - Van der jeugd aan hebben zij mij gekweld
Ps. 130 - Uit de diepten, o Heere,
Ps. 131 - Mijn hart is, Heer, in groot eenvoud
Ps. 132 - Gedenk toch des Davids, o Heer,
Ps. 133 - Ziet hoe fijn en lieflijk is 't alle stonden,
Ps. 134 - Alle gij knechten des Heeren,
Ps. 135 - Looft nu vrij onzes Gods Naam,
Ps. 136 - Danket God nu openlijk,
Ps. 137 - Als wij aan dat water tot Babel klachtig
Ps. 138 - Ik dank U, Heer, uit 's harten grond;
Ps. 139 - Gij hebt mij, Heer, gans'lijk doorgrond,
Ps. 140 - O mijn God, wil mij nu bevrijden
Ps. 141 - Ik roep U, Heer, aan in nood niet klein,
Ps. 142 - Ik roepe God met harte aan,
Ps. 143 - Wil mijn gebed, o Heer, verhoren,
Ps. 144 - Geloofd zij God, mijn troost tot alle tijden,
Ps. 145 - Ik zal God, mijnen Koning, prijzen zeer,
Ps. 146 - Wel op, mijn ziel, wil nu prijzen
Ps. 147 - Looft God, het zijn heerlijke dingen,
Ps. 148 - Gij, hemelse creaturen,
Ps. 149 - Wilt een nieuw lied den Heere zingen;
Ps. 150 - Laat nu God geprezen zijn,
Gez. 1 - Heft op uw hart, opent uw oren,
Gez. 2 - Mijn ziel maakt groot den Heer,
Gez. 3 - Dat toch de Heer zij gemaakt groot,
Gez. 4 - Nu laat Gij, Heer oprecht,
Gez. 5 - Ik geloof in God, Vader almachtig,
Gez. 6 - Onze Vader in 't hemelrijk,
Gez. 7 - Wij geloven in enen God alleen,
Gez. 8 - O God, Die onze Vader bist,
Gez. 9 - O Vader, machtig, wijs en goed,
Gez. 10 - Wij danken U, eeuwige Vader,
Gez. 11 - O heerlijk en bestendig Licht,
Gez. 12 - Christe, Die Du bist dag en licht,
Gez. 13 - Als ik nog jongeling,